Wie aan de kust woont, kent het: na een regenbui is de grond binnen een uur weer droog. Zandgrond laat water en voedingsstoffen snel doorzakken. Dat is geen reden om het op te geven, maar wel om anders te tuinieren dan op de zware leem in het binnenland.
Neem een handvol vochtige grond en knijp erin. Valt hij meteen uit elkaar, dan heb je zuivere zandgrond. Blijft hij een beetje samenhangen, dan zit er wat leem of humus in. Een eenvoudige pH-test uit het tuincentrum vertelt je daarnaast of je grond kalkrijk is, wat vlak bij de duinen vaak het geval is. Dat bepaalt mee welke planten het goed doen.
Het beste wat je voor zandgrond kunt doen, is jaarlijks organisch materiaal toevoegen. Compost, bladaarde en goed verteerde stalmest werken als een spons: ze houden water en voeding vast. Strooi in de herfst een laag van drie tot vijf centimeter over de borders en laat de wormen het werk doen. Spitten is niet nodig en verstoort het bodemleven.
Bedek de grond ook tussen de planten. Een mulchlaag van houtsnippers, stro of gehakseld blad remt verdamping en houdt de grond koeler. Vermijd kaal zand: dat droogt het snelst uit en stuift bij harde wind.
Werk met de omstandigheden in plaats van ertegen. Grijsbladige planten zoals lavendel, heiligenbloem, alsem en muurpeper hebben een laagje haartjes of was dat ze beschermt tegen uitdroging en zout. Siergrassen zoals lampenpoetsergras en blauw schapengras bewegen mooi in de wind. Voor struiken zijn duindoorn, tamarisk en rimpelroos stevige keuzes die ook als windbreker dienen.
Groenten kunnen ook: wortelen, pastinaak en asperges groeien juist graag in losse zandgrond. Kolen en selder hebben meer voeding nodig en doen het beter in een bak met verrijkte aarde.
Geef liever één keer per week grondig water dan elke dag een beetje. Zo dwing je de wortels om dieper te gaan, waar de grond vochtiger blijft. Water 's ochtends vroeg of 's avonds, en rechtstreeks aan de voet van de plant. Een druppelslang onder de mulchlaag is de zuinigste oplossing. Vang regenwater op in een ton of ondergrondse put: kalkarm regenwater is beter voor de meeste planten dan leidingwater.
Wind droogt planten net zo hard uit als de zon. Een haag of een scherm van gevlochten wilgentenen aan de windkant maakt een groot verschil. Plant eerst de windbrekers en pas daarna de gevoeligere soorten erachter. Na twee à drie jaar heb je een beschut microklimaat waarin veel meer mogelijk is dan je zou denken.
Aan de kust groeit een tuin anders: zoute wind, zandgrond en zachte winters. Vlindertuin Knokke deelt wat wél lukt, met planten die vlinders en bijen aantrekken en toch tegen de zeelucht kunnen.